| Parlementaire vraag aanpak stroperij openbaar water |
|
|
|
|
Tijdens de plenaire zitting van het Vlaams Parlement van woensdag 12 mei heeft volksvertegenwoordiger Wilfried Vandaele namens het VBK een actuele vraag gesteld over de aanpak van stroperijen door vissers uit het Oostblok. Nadien heeft hij ook een balletje opgeworpen over de impact van de aalscholvers. Vraag om Uitleg Wilfried Vandaele
aan J. SCHAUVLIEGE, Vlaams minister van Leefmilieu
Betreft: Aanpak stroperij openbaar viswater
De verbeterde kwaliteit van ons oppervlaktewater brengt mee dat de Vlaamse waterlopen de voorbije jaren aantrekkelijker geworden zijn voor de hengelsport. Het aantal vissen en vissoorten is op vele plaatsen toegenomen. “Gebruikers” van oppervlaktewater hebben er belang bij dat de kwaliteit goed is en zijn dus objectieve bondgenoten in het streven van de overheid naar een betere waterkwaliteit.
De hengelsport heeft echter te maken met een aantal problemen. Ik denk dan aan de wetgeving die op enkele punten geactualiseerd dient te worden, aan de appetijt van de aalscholvers, maar ook aan het acute probleem van stroperij.
Dat vooral Oost-Europeanen zich niet storen aan onze regelgeving en vrijwel alles wat zwemt als eetbaar beschouwen, merkten we tien jaar geleden al sporadisch, maar de laatste tijd loopt de situatie uit de hand. Niet alleen worden vissen die volgens onze regelgeving niet meegenomen mogen worden, afgemaakt en opgegeten, of geëxporteerd voor consumptie, maar aan de waterkant worden tegenwoordig ook mensen in elkaar geslagen omdat ze de stropers erop wijzen dat wat zij doen, niet hoort. De Vereniging van Belgische Karpervissers (V.B.K.) startte zelf een sensibiliseringsactie, maar de vereniging voert op dat ogenblik eigenlijk een taak uit die veeleer bij de overheid ligt. Het V.B.K. ontwikkelde een document in vijf talen (Nederlands, Frans, Engels, Duits en Pools) waarin aan de vissers gevraagd wordt om de gevangen vissen terug te zetten en de regels te respecteren.
Op het document zijn ook drie pictogrammen zichtbaar waarin aan buitenlandse vissers wordt gezegd dat je de gevangen vissen niet kunnen meenemen, opeten of doden. Het document kan gedownload worden op de website van het V.B.K. www.vbk.be . Daarmee stelt V.B.K. zich op sommige punten strenger op dan de regelgeving, want sommige vissen mogen wel degelijk worden meegenomen.
De kranten besteedden dezer dagen aandacht aan de V.B.K.-actie en aan de stroperij (o.a. Het Belang van Limburg, Het Nieuwsblad, De Standaard) en de problematiek zal ook worden belicht in het VRT-programma VOLT op woensdag 12.05.2010.
De vraag rijst of er van overheidswege voldoende toezicht is op het naleven van de regelgeving en of er voldoende streng opgetreden wordt. Er zijn 26 natuurinspecteurs voor heel Vlaanderen, die o.m. toezicht houden op jacht en visvangst. Van de 60.956 uitgereikte visvergunningen, werden er in 2009 5564 gecontroleerd. Een gemiddelde voor Vlaanderen van iets meer dan 9%. Opvallend zijn de grote verschillen tussen de provincies: West-Vlaanderen controleerde 19% van de visverloven, Oost-Vlaanderen maar 2,8%.
In totaal werden in Vlaanderen in 2009 192 PV’s opgesteld (op 5564 controles). Een gemiddelde dus van 3,5%.
In Vlaanderen is de praktijk van het weidelijk vissen stilaan ingeburgerd. Zeker soorten als karper en snoek bv. worden door de vissers teruggezet. Onze Oost-Europese bezoekers doen dat niet. De vissen worden na de vangst gedood, opgegeten of ingevroren voor het transport.
Deze praktijken zijn doorgaans strafbaar aangezien de wettelijke minimum- en maximummaten, de beschermde vissoorten, de tijden gedurende welke niet mag gevist worden of de plaatsen waar niet mag gevist worden, niet worden gerespecteerd, of omdat de vissers niet in het bezit zijn van de vereiste visvergunning.
Niet alleen zit hier dus een criminele kant aan – met verbaal en fysiek geweld -, maar uiteraard worden de visbestanden bedreigd.
Ik had graag van de Minister een antwoord gehad op de volgende vragen:
1. Welke waren de meest voorkomende overtredingen in de jaren 2007-2008-2009 en in hoeveel gevallen gaf dat aanleiding tot een strafrechtelijke vervolging en veroordeling van de overtreder?
2. Is er een uitleg voor het grote verschil inzake aantal controles tussen de verschillende provincies?
3. Kan de minister een overzicht geven van het aantal overtreders per nationaliteit (voor de genoemde jaren)
4. Welke maatregelen overweegt de Minister om de stroperspraktijken op korte termijn te stoppen?
5. De praktijken blijven niet beperkt tot de Vlaamse wateren. Welk overleg is er met de bevoegde ministers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse om die praktijken te stoppen of om de vissers te sensibiliseren?
6. Hoe kijkt de Minister aan tegen de aantasting van de visbestanden door de aalscholvers, een beschermde vogel? Er wordt momenteel tussen alle betrokkenen (overheid, hengelaars…) overlegd om te komen tot een beheersregeling. Graag stand van zaken.
|



